Tuesday, March 15, 2011

Van Los Angeles naar Hong Kong

Urban sprawl is een typisch Amerikaans fenomeen wat zich begin twintigste eeuw voordeed in verschillende Amerikaanse steden. De snelle uitbreiding van steden als Los Angeles en New York waren grotendeels een gevolg van het toenemende autobezit en de wens om aan de rand van de stad te wonen. Men ruilde een appartement in de chaotische stad liever in voor een karakteristieke eengezinswoning met tuin, ergens aan de rand van de stad. In Europa zijn steden van oorsprong een stuk compacter. Toch krijgen ook steeds meer Europese steden te maken met het Amerikaanse fenomeen van urban sprawl (European Environment Agency, 2006). Vooralsnog lijkt er nog geen einde te komen aan deze trend. De stad breidt zich alsmaar verder uit en neemt in toenemende mate bezit van het ommeland. Ook Nederland lijkt niet aan dit Amerikaanse verschijnsel te ontkomen. De Randstad loopt over en het ‘groene hart’ komt alsmaar verder in de verdrukking. Kortom, we moeten ingrijpen nu het nog kan. Maar hoe?

Hoogbouw als reactie op urban sprawl
In Dubai is het bouwen van de hoogste wolkenkrabber inmiddels tot een ware volkssport verheven en ook in Nederland raken hoge gebouwen steeds meer ingeburgerd in het landschap. Hoogbouw is dan ook niet meer weg te denken uit de moderne maatschappij. De eerste vormen van hoogbouw verschenen aan het eind van de negentiende eeuw en het begin twintigste eeuw. Deze trend beperkte zich destijds echter voornamelijk tot de grote Amerikaanse steden als New York, Chicago, San Francisco en Boston, maar verspreidde zich later verder over de wereld (Frenkel, 2007, p. 1). Zo verschenen rond de zeventiger jaren ook in bijvoorbeeld Israël voorzichtig de eerste ‘high rise buildings’ in urbane gebieden als Tel Aviv. Pas velen jaren later, in de jaren negentig, intensiveerde de bouw van hoge (woon)torens als reactie op de toenemende mate van urban sprawl, een ontwikkeling die twee decennia geleden ook in Israël ontstond (Ashkenazi & Frenkel, 2007, p 100).

“Urban sprawl is a form of spatial development, mainly found in open and rural lands on the edge of metropolitain areas; it is characterized by low densities, scattered and discontinious “leapfrog” expension, segregation of land uses, strip malls, and the massive use of private vehicles” (Ashkenazi & Frenkel, 2007, p 101).
Er lagen een aantal maatschappelijke trends ten grondslag aan het ontstaan van urban sprawl in Israël; het sterk verbeteren van de levensstandaard, de voorkeur om te wonen in een eengezinswoning in een dunbevolkt gebied aan de rand van de stad en de komst van bijna één miljoen immigranten uit Rusland. Dit leidde ertoe dat grote delen van het Israëlische landelijke gebied bebouwd werden. Vanaf dat moment werd urban sprawl in Israël gezien als een ongewenste ontwikkeling (Ashkenazi & Frenkel, 2007, p 100). De toenemende schaarse ruimte dwong planners ertoe de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Dit leidde tot een intensivering van het ruimtegebruik door middel van hoogbouw. “High rises have a functional advantage in reducing urban sprawl. With growing populations we have to increase the density of our cities” (Abelman, 2000). De grondprijzen, vooral in de stedelijke agglomeratie van Tel Aviv, zullen naar verwachting blijven stijgen als gevolg van de aanhoudende bevolkingsgroei en de ruimtelijke consequenties daarvan. “The rise in land prices will force developers and landowners to utilize their land more efficiently. Consequently taller high-rise buildings will be constructed” (Frenkel, 2007, p. 7). Hoogbouw zal daarom de komende jaren meer en meer het stadsbeeld van Tel Aviv gaan bepalen. Deze trend is momenteel al duidelijk zichtbaar in de stad. Honderd meter hoge woontorens schieten als paddestoelen uit de grond en ook enorme kantorencomplexen vinden hun weg in het luchtruim; the sky is the limit is een term die men ook in Israël hanteert. De explosiviteit waarmee de stad groeit is dan ook erg indrukwekkend, Tel Aviv is booming.

Tel aviv is booming.

Hong Kong als model
In Nederland is de ruimte, net als Israël, erg schaars. ‘Nederland raakt vol’ is een term die we regelmatig horen vallen in ons land. Met name de Randstad als ‘deltametropool’ spreidt zich steeds verder uit. Maar is er wel sprake van een metropolitane sfeer in de Randstad? De toch al geringe massa van onze ‘grote’ steden wordt door de ruimtelijke spreiding ondergraven. Uit een vergelijking van twintig Europese stedelijke regio’s blijkt dat de bevolkingsdichtheid van de stedelijke kernen in de Randstad de op één na laagste van de onderzochte regio’s is (Klarus & De Wilde, 2006). In diverse studies van de Randstad zijn verschillende inrichtingsalternatieven ontwikkeld met Los Angeles en Hong Kong als de meest extreme varianten. Los Angeles kenmerkt zich voornamelijk door de lage bevolkingsdichtheid en de grote mate van urban sprawl. Hong Kong daarentegen kent een hoge bevolkingsdichtheid en een zeer compacte stad (Priemus, 2006). Vooralsnog lijkt Los Angeles het te gaan winnen. Maar is dat wat we willen?

Het is een vraagstuk van hoe wij omgaan met onze onuitputtelijke vraag naar ruimte. De groeiende vraag naar ruimte mag niet ten koste gaan van een verdere uitspreiding van de stad. De hoge bebouwingsdichtheden in Hong Kong zijn een voorbeeld van compacte stedenbouw zoals dat in het ‘compacte stad’ beleid tot ideaal werd verheven. Dit beleid was een reactie op de gebundelde deconcentratie, wat begin jaren zeventig centraal stond in Nederland (Koster & van Koeffelt, 1997, p. 18). Het overloopbeleid, met grote groeikernen als Zoetermeer, Almere, Hoorn en Purmerend, bleek met name voor de Randstad dramatische gevolgen te hebben. Dit vormde de basis voor urban sprawl. De VINEX wijken deden daar nog een schepje bovenop (Van der Gaast e.a., 1999, p. 42).

Wat ik in dit essay duidelijk wil maken is dat hoogbouw in Nederland een bijdrage kan leveren aan het alweer bijna vergeten idee van de compacte stad. Lange tijd was hoogbouw een taboe in Nederland. Tot het begin van de jaren negentig werd wonen in hoogbouw in Nederland doorgaans geassocieerd met slechte voorbeelden uit het verleden; goedkope galerijflats, verpaupering van stadsbuurten of met sociale onlusten. Het dieptepunt, wat betreft hoogbouw, werd in Nederland bereikt in de jaren zeventig en tachtig, toen bleek dat de Amsterdamse wijk Bijlmermeer onbewoonbaar bleek te zijn. Dit heeft enorm bijgedragen aan de impopulariteit van hoogbouw in ons land. In de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra werden al hogere dichtheden voorgesteld dan in het verleden, maar van een echte aanzet tot hoogbouw was geen sprake (Koster & van Koeffelt, 1997, p. 27). Aan deze taboe lijkt nu langzamerhand toch een einde te komen en dat biedt uiteraard kansen voor de ontwikkeling van hoogbouw in ons polderlandschap. De afgelopen jaren heeft het wonen in hoogbouw dan ook een hele andere status gekregen. Hoewel hoogbouw van nature een grootstedelijke bouwvorm is, wat doorgaans met steden als New York en Hong Kong geassocieerd wordt, heeft het in Nederland tot nog toe vrijwel nergens geresulteerd in een ware metropolitane ambiance. In ons dichtbevolkte land ontbreekt een hoogbouwcultuur, terwijl in het dunbevolkte Texas de sky the limit is. Alleen in het centrum van Rotterdam is er sprake van hoogbouw in een behoorlijke dichtheid en diversiteit. Hoogbouw zo als hoogbouw ooit bedoeld is. Bij grootstedelijke hoogbouw doet zich het merkwaardige fenomeen voor dat geslaagde hoogbouw ‘vanzelf’ nieuwe hoogbouw aantrekt. (Koster & van Koeffelt, 1997). Dat fenomeen heeft ervoor gezorgd dat Rotterdam inmiddels over een unieke skyline beschikt. Het heeft de stad een geheel eigen karakter gegeven, vooralsnog uniek in Nederland. Deze ontwikkeling is momenteel ook zichtbaar in Tel Aviv waar hoge (woon)torens het nieuwe stadsbeeld bepalen. De ‘White City’ ondergaat momenteel een rigoureuze transformatie om de urban sprawl de kop in te drukken (Abelman, 2000). Laten we de agglomeratie Tel Aviv als lichtend voorbeeld nemen de voor intensivering van onze Nederlandse steden.

Hoogbouw bepaalt het stadsbeeld in Tel Aviv.


Hoogbouw in Nederland
Hoogbouw kan in de toekomst een positieve bijdrage leveren aan onze Nederlandse steden. Stapelen is per definitie een middel om op een beperkt stuk grond veel vloeroppervlak te realiseren. Het is uitermate geschikt om efficiënter met de ruimte om te gaan. Hoogbouw kan in het kader van intensivering van het ruimtegebruik dan ook een belangrijke rol spelen. Daarnaast kan het tevens een bijdrage leveren aan stedelijke functiemenging. "We moeten meer gaan bouwen volgens een functiegestapeld model” (Brouwer, 2008). Dat houdt in dat je in hoogbouw verschillende functies met elkaar combineert. Een toren met onderin winkels, daarboven kantoren en daar weer woningen boven. Het voordeel van deze combinatie is dat het een manier is om steden te verdichten zonder dat je de leefbaarheid aantast. Een recent voorbeeld een dergelijk functiegestapeld model is de Belle van Zuylen. Deze 262 meter hoge toren brengt alle functies samen; wonen, werken, winkelen en recreëren (de Architekten Cie., 2008). We moeten meer de hoogte in om een gebrek aan ruimte in onze dichtbevolkte steden te omzeilen (Brouwer, 2008). Een andere, minder relevante, reden voor hoogbouw is de stedelijke uitstraling die ermee gecreëerd wordt. Hoge woontorens kunnen moderne landmarks vormen voor de stad, kijk maar naar Rotterdam (Gemeente Groningen, 2002, p. 14-15).

Hoogbouw in Rotterdam.


Functiegestapeld bouwen gebeurt echter nog veel te weinig. De belangrijkste reden daarvoor zijn de hoogbouwrestricties. Regelgeving staat hoogbouw, en dus intensivering, vaak in de weg. Verschillende steden hebben inmiddels een hoogbouwnota die strikte richtlijnen voorschrijft. Echter een directe aansporing tot hoogbouw ontbreekt nog, zowel in de hoogbouwnota’s als ook in de Nota Ruimte. Echter liggen er kansen in hoogbouw. Er is nog altijd een stijgende vraag naar centrum stedelijk wonen (SER, 2005, p. 41). Steeds meer studenten, jongeren en opmerkelijk genoeg ook ouderen, voelen zich aangetrokken tot het hoge wonen in de binnenstad. De grijze golf van de baby boomers en de groeiende individualisering zal in de komende decennia de woningmarkt gaan beïnvloeden en hoogbouw stimuleren (Koster & van Koeffelt, 1997, p. 25). Wil intensivering echter slagen dan is daarvoor een duidelijk nationaal ruimtelijk kader noodzakelijk. Publieke en private partijen zullen door een strikt ruimtelijk beleid tot elkaar en tot locaties in binnenstedelijk gebied ‘veroordeeld’ moeten worden. Ook een meer indirecte, positieve stimulering van intensivering door het Rijk kan hoogbouw in centrum stedelijk gebied stimuleren. In veel gemeenten ontbreekt het echter vaak aan draagvlak van de bevolking en de gemeenteraad (Noordanus e.a., 1997, p. 16). Hoogbouw, en dan voornamelijk wonen in hoogbouw, blijft dan ook in de 21e eeuw een omstreden issue in het platte Nederland. “Zichzelf respecterende steden zoals Nijmegen, die streven naar meer ‘stedelijke allure’, worstelen met het formuleren van visie en beleid omtrent hoogbouw. Zelfs in een toch onomstreden ‘echte’ stad als Amsterdam gaat het niet van een leien dakje” (Cobouw, 2003). In Rotterdam heeft men dan ook beter begrepen wat de potenties van hoogbouw zijn. De stad had als eerste een officieel hoogbouwbeleid, waarin onder meer locaties zijn aangewezen waar hoogbouw onbeperkt tot in de hemel mag reiken (Cobouw, 2003). Ook in Eindhoven groeit de verzameling residentiële torens gestaag, maar zonder dat de gemeente een deugdelijke visie op hoogbouw in de stad heeft ontwikkeld. Kortom, een beter beleid omtrent hoogbouw is wenselijk en kan verdere urban sprawl in ons land voorkomen.

Los Angeles of Hong Kong?
Eerder werd al gesproken over Tel Aviv. Hoogbouw vormt daar één van de uitgangspunten om verdere urban sprawl te voorkomen. In Jerusalem, de hoofdstad van Israël, bestaat daarentegen veel weerstand tegen hoogbouw. Men kampt er met een groot dilemma. Aan de ene kant wil men de urban sprawl een halt toeroepen, maar aan de andere kant vinden velen hoogbouw niet passend in een historische stad als Jerusalem. Een probleem waar, in mijn ogen, ook steden als Amsterdam en Utrecht mee van doen hebben. Hoogbouw markeert een breuk met het oude vertrouwde, historisch gegroeide stedelijk weefsel (Cobouw, 2003). In Rotterdam daarentegen is van een dergelijk problematiek, door de bombardementen van 1940, nooit sprake geweest. De wederopbouw bood ruimte voor experimenten, hoogbouw bleek er een succes.
Steden moeten van het idee stappen dat hoogbouw niet te combineren is met hun historische stadskernen. Want alleen intensivering kan de groei van steden opvangen en tegelijkertijd urban sprawl beperken. “All cities grow. Decicions have to be made on when to call a halt” (Yeang, 2002, p. 42). Dit moment lijkt in Nederland steeds dichterbij te komen. De sterke deconcentratie in de Randstad heeft geliefde landschappen doen verdwijnen. Open ruimten worden alsmaar meer versnipperd. Rust en stilte is er nauwelijks meer te vinden in het westen van Nederland. Stedelijkheid verwatert in ‘voorstedelijkheid’, urban sprawl dwingt Nederland keuzes te maken; Los Angeles of Hong Kong? 

De taboe op hoogbouw in Nederland lijkt de afgelopen jaren doorbroken te zijn, toch is het nog altijd controversieel, en daarmee allerminst dood. De Belle van Zuylen is inmiddels van de baan vanwege de vele bezwaren. Niet iedereen kiest er voor om suburbaan te gaan wonen en dus is er wel degelijk een markt voor hoogbouw, zeker met het oog op de toekomst. Maar veel belangrijker is de efficiënte manier waarop er met de ruimte wordt omgesprongen. De term ‘Nederland raakt vol’ is dan ook relatief. In Shanghai bijvoorbeeld, wonen vijftien miljoen mensen op 800 vierkante kilometer (van der Gaast, 2008, p. 28). Daar is hoogbouw dan ook algemeen geaccepteerd. Rotterdam heeft bewezen dat hoogbouw ook in Nederland potentie heeft. Wanneer men dit voor ogen houdt, kan het oude idee van de compacte stad een geweldig succes worden, en zal de Randstad niet veranderen in een tweede Los Angeles.



Literatuur
Abelman, L. (2000), Evolution of the White City, Vinddatum 30 juni 2008 op
http://www.larkinarchitect.com/PDF_files/White_City.pdf
Ashkenazi, M. & Frenkel, A. (2008), The integrated sprawl index: Measering the urban landscape in Israel, The Annals of regional science, 42, 99 – 122.
Brouwer, H. G. (2008), Functiegestapeld bouwen heeft de toekomst, Vinddatum 30 juni 2008 op http://www.latenwenederlandmooiermaken.nl/index.php?page=werkgroepleden
Cobouw (2003), De binkies van de Nederlandse architectuur, Vinddatum 30 juni 2008 op
www.bouwenwonen.net/news/maand.asp?mnd=9&yr=2003
De Architekten Cie. (2008), De Belle van Zuylen; een uniek project, Vinddatum 30 juni 2008 op http://www.bellevanzuijlen.nl/index.php
European Environment Agency (2006), Urban Sprawl in Europe; The ignored challenge, Vinddatum 30 juni 2008 op http://reports.eea.europa.eu/eea_report_2006_10/en/eea_report_10_2006.pdf
Frenkel, A. (2007), Spatial Distribution of High-Rise Buildings within Urban Areas; The Case of the Tel Aviv Metropolitan Region, Urban Studies, 44 (10), 1973-1996.
Gaast, S.G.K. van der, Liekelema, R., Schippers, H.M. (1999), Ruimtelijke ordening: spreiding of concentratie?, Alphen aan den Rijn: Samsom.
Gemeente Groningen (2002), De stad, hoogbouw en de mensen, Vinddatum 30 juni 2008 op http://www.vai.be/admin/upload/okfiles/20061204140711_HOOG_Groningen_hoogbouwnota_2005.pdf
Klarus, B., Wilde, S. De (2006), De Randstad bestaat wel/niet, NovaTerra, 6 (2), 4-9
Koster, E., Oeffelt, T. van (1997), Hoogbouw in Nederland; 1990-2000, Rotterdam, NAi Uitgevers.
Noordanus, P., Hendriks, G., Schwencke, C., Pas, T. van der, Jonkhof, J. (1997), De Gelaagde Stad; Stimuleringsprogramma Intensief Ruimtegebruik, Den Haag: Stichting Hoogbouw.
Priemus, H. (2006), Opmars van het ruime wonen, NovaTerra, 6 (2), 30
Skyscrapercity (2008), http://www.skyscrapercity.com/forumdisplay.php?s=&forumid=248
Sociaal Economische Raad (2004), Nota Ruimte, Den Haag: SER
Yeang, K. (2002), Reinventing the skyscraper; A Vertical Theory of Urban Design, Chicester: Wiley-Academy.

No comments:

Post a Comment